Ferdinand Bordewijk Prize winners: Louis ferron

Life story

Louis Ferron was conceived in Leiden out of a two-faced connection between a wedded German warrior and a server from Haarlem named Ferron. His dad took the kid to Germany, and when he was slaughtered right away before the finish of World War II, Karl Heinz was brought up in Bremen as the stepchild of his dad’s widow. After the war he came back to the Netherlands, where he was renamed Aloysius (Louis) Ferron. He was raised by his mom’s folks, yet in addition remained with temporary families and in kids’ homes. At first he wanted to be a painter; at age 18, he wedded a girl of the writer Lizzy Sara May, and his better half urged him to turn into a writer.[1]

Ferron’s abstract introduction was a lot of sonnets called “Kleine Krijgskunde,” in the May 1962 issue of the scholarly diary Maatstaf, which likewise distributed, in August 1965, his short story “Ergens bij de grens.” His first booklength production was the verse assortment Zeg nu zelf, is dit ontroerend?, distributed in 1967. In 1974 he distributed a second book of verse, Grand Guignol. After that he distributed essentially exposition work, for which he is known best. Ferron was additionally an interpreter of James Baldwin and Vladimir Nabokov.[2]

He passed on of intestinal malignant growth, three days in the wake of accepting the main duplicate of his last novel, Niemandsbruid.[3]

Subjects

Ferron’s work includes subjects found in crafted by Friedrich Nietzsche and Sigmund Freud; he was impacted by Thomas Bernhard and particularly by Louis-Ferdinand Céline.[4] In his books, Ferron exposes belief systems and sentimental figments to reveal the bedlam of want and mystery formal shows. Various pundits call his work postmodern, particularly thinking about his introduction of reality as mysterious. In Turkenvespers (1977), for example, the hero (a temperamental storyteller regardless), at long last never again knows whether he himself exists freely, or is just an entertainer in the creative mind of an unreasonable film director.[5]

In his treatment of chronicled subjects Ferron likewise thematizes a fairly muddled reality. Particularly German history interested him; the books Gekkenschemer, Het stierenoffer, and De keisnijder van Fichtenwald are frequently alluded to as his “Teutonic trilogy,”[3] and were republished in a solitary volume in 2002.

Grants

Multatuliprijs, 1977, De Keisnijder van Fichtenwald of de Metamorfose van een Bultenaar

AKO Literatuurprijs, 1990, Karelische nachten

Ferdinand Bordewijk Prijs, 1994, De walsenkoning

Constantijn Huygens Prijs, 2001, for his whole oeuvre

Select list of sources

Gekkenschemer. Amsterdam: De Bezige Bij. 1974. ISBN 90-234-0486-6.

Het stierenoffer. Amsterdam: De Bezige Bij. 1975. ISBN 90-234-0506-4.

De keisnijder van Fichtenwald: of de metamorfosen van een bultenaar. Amsterdam: De Bezige Bij. 1977. ISBN 90-234-0524-2.

Turkenvespers. Amsterdam: De Bezige Bij. 1977. ISBN 90-234-0598-6.

Karelische nachten. Amsterdam: De Bezige Bij. 1989. ISBN 90-234-3103-0.

De walsenkoning: een duik in het autobiografische diepe. Amsterdam: De Bezige Bij. 1993. ISBN 90-234-3333-5.

Een aap in de wolken: de niet zo vrolijke ditty van een monter ingezet kunstenaarschap. Amsterdam: De Bezige Bij. 1995. ISBN 90-234-3491-9.

Niemandsbruid. Amsterdam: De Bezige Bij. 2005. ISBN 90-234-1764-X.

References

“26-08-2005 Louis Ferron overleden”. Literatuurplein.nl. 2005-08-26. Recovered 2009-07-20.

Bork, G.J. van (February 2004). “Louis Ferron”. DBNL. Recovered 2009-07-18.

Sloot, Sarah (2005-12-09). “Afsluiting van een oeuvre: Louis Ferron – Niemandsbruid”. 8Weekly. Recovered 2009-07-20.

Freriks, Kester (2007). “‘Laat je zwarte metaforen woeden’: Over het werk van Louis Ferron”. Ons Erfdeel. 40 (2): 187. Recovered 2009-07-20.

Wesseling, Lies. “Louis Ferron en de historische roman”. Recovered 2009-07-18.

Louis Ferron

Ferron werd als Karl Heinz Beckering geboren in Leiden uit een buitenechtelijke verhouding van een Duitse getrouwde soldaat met een serveerster uit Haarlem, kick the bucket Ferron heette. Zijn vader nam trim mee naar Duitsland. Toen deze kort voor het eind van de Tweede Wereldoorlog omkwam, werd Karl Heinz als pleegkind van de wettige echtgenote van zijn vader opgevoed in Bremen. Na de oorlog keerde hij naar Nederland terug. Daar kreeg hij de naam Aloysius (Louis) Ferron. Hij werd opgevoed entryway de ouders van moeders kant en verbleef operation kostscholen en in pleeggezinnen. Hij wilde aanvankelijk schilder worden, maar trouwde operation zijn achttiende met een dochter van de schrijfster Lizzy Sara May. Zijn echtgenote moedigde trim aan schrijver te worden.

Ferron debuteerde met de gedichtencyclus Kleine Krijgskunde in het tijdschrift Maatstaf in mei 1962. In hetzelfde blad (aug. 1965) verscheen zijn verhaal “Ergens bij de grens”. Zijn eerste zelfstandig publicatie, de poëziebundel Zeg nu zelf, is dit ontroerend?, verscheen in 1967. In 1974 volgde een tweede bundel gedichten: Grand Guignol. Daarna publiceerde hij overwegend proza, waarmee hij pas echt naam zou maken. De filosofie van Friedrich Nietzsche en de psychologie van Freud spelen in het werk van Ferron een belangrijke rol en hij werd beïnvloed entryway de schrijvers Louis-Ferdinand Céline en Thomas Bernhard.

Ferron ontmaskert allerlei ideologieën en romantische voorstellingen om de daarachter liggende disarray van driften en verborgen formele conventies zichtbaar te maken. Ferrons werk wordt entryway een aantal critici postmodernistisch genoemd, met name vanwege zijn voorstelling van de werkelijkheid als onkenbaar. In Turkenvespers (1977) is het voor het hoofdpersonage ten slotte zelf niet meer duidelijk of hij werkelijk bestaat, of slechts in de voorstelling is van een wat unreasonable regisseur.

Ook in de behandeling van historische onderwerpen thematiseert Ferron een werkelijkheid kick the bucket niet altijd duidelijk is. Met name het beladen Duitse verleden vormt voor de auteur een voortdurende fascinatie. De romans Gekkenschemer, Het stierenoffer en De keisnijder van Fichtenwald worden ook wel de Teutoonse trilogie genoemd, en zijn in 2002 in een gezamenlijke band uitgebracht.

Ferron vertaalde werk van James Baldwin en Vladimir Nabokov. Na een kortstondig ziekbed overleed hij operation 63-jarige leeftijd in Haarlem aan darmkanker. In De tuinkamer beschrijft Lilian Blom, de weduwe van Ferron, de laatste levensfase van haar echtgenoot.